Zeche Zollverein

24 juni 2025 – Essen, Duitsland

Het Ruhrgebied in Duitsland roept waarschijnlijk beelden op van grauwe industrie, vervuilde lucht, gigantische steenkoolmijnen, zwartgeblakerde hoogovens, reusachtige staalfabrieken en ontelbare arbeiderswoningen. Het lijkt niet meteen de ideale vakantiebestemming. Het Ruhrgebied is nog altijd sterk geïndustrialiseerd, maar de regio heeft een flinke metamorfose ondergaan. De huidige bedrijven zijn schoner, de steden bruisender. Er is tegenwoordig veel aandacht voor kunst, cultuur, natuur en natuurlijk ook voor het industriële erfgoed. Zeche Zollverein is daar een mooi voorbeeld van. Om er te komen parkeer ik de camper bij camperplaats Revierpark Nienhausen in Gelsenkirchen. Het is een mooie plek bij een park waar je online incheckt en betaalt.

Halverwege de negentiende eeuw kwam de industriële revolutie in het Ruhrgebied op kruissnelheid. Zakenman Franz Haniel stampte in Essen een steenkoolmijn uit de grond. In 1847 werd de eerste schacht geboord en vanaf 1851 werden de eerste kolen bovengronds gehaald. De mijn werd voortdurend uitgebreid en gemoderniseerd. Tussen 1820 en 1930 kwam de cokesfabriek, Kokerei Zollverein, erbij. Hierdoor werd de verwerking van steenkool efficiënter en een beetje milieuvriendelijker. Zeche Zollverein groeide uit tot de modernste en grootste steenkoolmijn ter wereld. De fabriek stelde op zijn hoogtepunt 6900 mensen te werk. In 1941 lieten bijna dertig mijnwerkers het leven door de instorting van een mijngang. Na meer dan een eeuw steenkool delven werd het complex, door de dalende vraag en de stijgende productiekosten, in 1986 gesloten. In 1993 was het de beurt aan de cokesfabriek, op het nabijgelegen terrein, om de deuren dicht te doen.

Een van de Zollverein mijnschachten

In 1989 werd het industrieterrein opgekocht door de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Vanaf dan begon er een heuse transformatie zonder de industriële geschiedenis te verloochenen. Zeche Zollverein werd omgevormd tot een pretpark voor de cultuurliefhebber. Er is plaats voor kunst, cultuur, geschiedenis en horeca natuurlijk. Je kan terecht in verschillende musea en er worden tal van kleine en grote evenementen georganiseerd. Er zijn dagelijks rondleidingen in verschillende talen (ook in het Nederlands) over de mijnindustrie. In 2001 werd de industriecultuur van Zeche Zollverein uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. Jaarlijks bezoeken twee miljoen toeristen de site. Er valt dan ook vanalles te beleven, tenminste als je online en ruim op voorhand tickets bestelde. Ik probeerde het twee dagen op voorhand, maar dat bleek jammer genoeg te laat.

Gelukkig is de voormalige industriezone gratis toegankelijk en dat levert een bijzonder leuke dag op. Een wandeling op het terrein is ook zonder tickets een aangename reis. De gebouwen zijn in bijzonder goede staat en geven een boeiende inkijk in het verleden. Mijn wandeling start bij de camperplaats op 2,5 kilometer van Zeche Zollverein. De route gaat via een trap bij een brug omhoog naar de Zollvereinweg, een autovrije asfaltweg voor fietsers en voetgangers, door het groen.

De Zollvereinweg

Bij de Raute10 Hugo-Kracht-Weg kom je op het bedrijventerrein. Voor het vervoeren van steenkool en andere materialen liep er een uitgebreid netwerk van spoorlijnen over het terrein. De oude rails blijven de hele wandeling een belangrijke rol spelen, af en toe inclusief oude treinstellen en wagons. De rails functioneren niet meer en de wagons bulken van de roest, maar ze maken deel uit van de industriële sfeer.

Oude treinstellen

Er is zoveel te zien. Het is moeilijk om een logische route te volgen. De verhoogde metalen bruggen met een prachtig uitzicht op de oude fabrieksgebouwen zijn cool. In feite is alles cool en val je van de ene verbazing in de andere.

Uitkijk op hoogte

Door een gebrek aan informatieborden weet ik niet wat wat is of waarvoor het destijds diende. Het is allemaal even spectaculair en fotogeniek. Ik hou me vooral bezig met van hot naar haar te lopen en zoveel mogelijk foto’s te nemen. Een kleine impressie…

De tijd vliegt en zonder het te beseffen staan er al snel tien kilometer op de stappenteller. Het is een keer iets anders dan wandelen op het Pieterpad of in de Bosnische bergen…

Plaats een reactie